All under heaven. One family - China: Old and Contemporary
Dossier - 29/03/2007
De tentoonstelling 'All under heaven. One Family' brengt een dialoog tussen oud en nieuw China in twee specifieke onderdelen.
Enerzijds is er de confrontatie tussen de Chinese voorouderportretten, geschilderd door anonieme kunstenaars die als doel hebben de voorouders te eren en hun zegen af te smeken. Ook Hedendaagse Chinese schilderkunst met werk van de in Brussel gevestigde kunstenaar Hui Qin Peng. Verder is er een tweede confrontatie tussen verschillende etnische juwelen, resultaat van een speurtocht in de Chinese provincies Guizhou en Yunnan. De Miao, de Yao, De Dong en de Akha zijn enkele van de vele 'minority's' die hun eigenheid hebben weten te behouden tot vandaag. Een gevarieerde en originele tentoonstelling!
Galerie Indigo, Damme, nog tot 15 april
1. Chinese voorouderportretten
In de Chinese cultuur, brengen mensen eer aan hun voorouders omdat ze geloven dat deze de macht hebben gezondheid, voorspoed en continuïteit van de familie over te dragen op hun nakomelingen. Deze schilderijen maken deel uit van religieuze rites in een cultuur met een vooroudercultus.
Het gebruik dat doden vereerd werden gebeurde niet alleen uit respect maar ook uit angst omdat ze geloofden dat - als de voorouders niet vereerd werden - deze konden terugkomen als geesten om de levenden te achtervolgen. Traditioneel werd er voor de schilderijen wierook gebrand, voedsel en wijn geofferd. Men knielde en raakte met het voorhoofd de grond, een teken van onderdanigheid, omdat men geloofde dat de voorouder geluk en gezondheid zou brengen. Het betekende geen religieuze verering maar een bevestiging van hun status in de familie
De Chinezen hebben lange tijd een grote verbondenheid gehad met hun voorouders. Zij geloven nog altijd, dat de dood geen scheiding betekent met het leven en dat, indien zij worden vereerd en aanbeden met bijzondere en persoonlijke familierituelen, de geesten van hun voorouders, gezondheid, een lang leven, voorspoed en kinderen kunnen brengen. In keizerlijk China moesten de zonen, als teken van het deel uit maken van de grote familie, zorg dragen voor de geesten van hun overleden voorouders. Zij moesten eer betonen in rituele ceremonies waarin zij voedseloffers plaatsten voor de portretrollen van hun voorgangers. Chinese herinneringsportretten werden speciaal geschilderd voor het gebruik van deze vooroudercultus. Men geloofde dat de macht van de levende persoon na zijn dood overging in het portret. De meeste van de voorouderportretten die bewaard zijn tonen leden van de keizerlijke Qing families en de militaire en burgerlijke elite die regeerde in China van 1644 tot de revolutie van 1911.
De voorouders zijn altijd frontaal afgebeeld tot ongeveer hun middel, in een frontale positie, gewoonlijk zittend in een uitgewerkte zetel gedrapeerd met brokaat of bont en met een tapijt aan hun voeten. Al de voorouders dragen gelijkvormige winterkledij of bontkleren met uitgewerkte insignes die hun rang of hun prinselijke status aanduiden. De enige verschillen zijn geslachtelijk bepaald. De voeten van de vrouw die beschouwd worden als het meest erotisch deel van het lichaam, zijn altijd bedekt, meestal zijn ook de handen van de vrouw goed bedekt. Zowel mannen en vrouwen dragen vaak lange stenen jade halssnoeren, en uitgewerkte hoofdtooien met gouden en parelornamenten.
Terwijl de zeer gestileerde kostuums gecodeerd zijn aan symbolen van de status en de sociale positie van de drager, is het meest belangrijke deel van het portret het gelaat. Dit individualiseert en identificeert de voorouder en dit lieert hem tot de status van een icoon. Al de voorouders zijn geschilderd met ongeveer dezelfde expressie - een symbolisch droevige en onthechte blik, die de bovennatuurlijke status suggereert. Grote zorg werd besteed om, een realistisch beeld van het gelaat van de overledene te benaderen. Het was van cruciaal belang om voor het portret de exacte gelijkenis vast te leggen om aldus te kunnen functioneren als een ritueel portret. Vandaar het gezegde dat als zelfs maar één haar slecht was in de afbeelding, al de toekomstige gebeden naar een andere voorouder zouden gaan (zoiets als een verkeerd verzonden mail) wat zou kunnen eindigen in een familie tragedie.
Hoewel ze deel uitmaken van de kunstwereld, verduidelijken de schilderijen meer de Chinese sociale en culturele geschiedenis. Net zoals bepaalde voorwerpen als Rolex uurwerken en trendy auto’s successignalen zijn in onze statusbewuste gemeenschap, zo is de codificatie van de status symbolen gedurende de Qing dynastie evident aanwezig op de voorouderschilderijen. Rang en status bepaalden al de aspecten van het leven. Niet alle kleuren waren immers toegelaten om gedragen te worden. Diep geel was gereserveerd voor de keizer, goud geel voor hun gevolg en tawny geel voor de prins en zijn gevolg. Vele officiëlen droegen geborduurde badges met diervoorstellingen die hun rang weergaven (van de leeuw tot het zeepaardje). Deze ‘code’ werd gelezen door toeschouwers, zoals een scorekaart om de belangrijkheid van deze portretrollen te identificeren
Omdat veel van de voorouderportretten na het overlijden werden geschilderd, was het accuraat weergeven van de gelaatstrekken van de overledene een groot probleem voor de kunstenaar. Bij koninklijke portretten konden portretten, gemaakt gedurende het leven van de voorouder gebruikt worden als model. Soms was het de kunstenaar toegelaten even te kijken naar het dode lichaam, ook was het mogelijk het gelaat van een familielid te gebruiken dat erg leek op de afgestorvene. De kunstenaars konden gebruik maken van boeken met tekeningen met de verschillende vormen van de ogen en andere gelaatskenmerken.
De ontwikkeling van de fotografie in de 19 eeuw, verminderde de activiteit van het schilderen van voorouderportretten. Mensen werden eerder gefotografeerd dan geschilderd en tot vandaag nemen, bij de traditie van de verering van de voorouders, de gefotografeerde portretten een centrale plaats in.
In het verleden werden voorouderportretten bewaard in de eigen familie en haast nooit publiek tentoongesteld. Voor 1911 werden de rollen zelden verhandeld. Het bezit van een voorouderportret van een andere familie werd trouwens als een taboe beschouwd, zelfs als gevaarlijk. Het bezit van de portretten werd aanzien al het stelen van de identiteit van deze familie. Voorouderportretten werden zelden ondertekend, de kunstenaars zijn anoniem en behoren eigenlijk niet tot de traditionele schilderkunst. Ze zijn geschilderd op zijde met inkt en minerale en plantaardige kleuren en goud. Vermits ze behoren tot de familiale context zijn ze uiterst zeldzaam. Hun unieke artistieke stijl en buitengewone schoonheid maken hen bijzonder begerenswaardig
Sinds de tentoonstelling ‘Worshipping the ancestors: Chinese Commemorative Portraits’ 2001 in de Arthur M. Sacker Gallery in Washington is er een groeiende belangstelling voor dit genre, dat fungeert als een focus op de privé Chinese familie en de toepassing van haar rituelen voor de overledene na zijn dood, die nog altijd bestaan tot op de dag van vandaag.
2. Hedendaagse Chinese schilderkunst : Hui Qin Peng (° 1961)
Geboren in Tai Zhou volgde Hui Qin Peng een kunstopleiding aan de kunstacademie van Nanjijg en verhuisde in 1989 naar België. Zijn Chinese familie was zijn voornaamste inspiratiebron voor deze tentoonstelling. Hij stelt ze voor zoals hij ze zich herinnert vooraleer hij naar het Westen kwam. Hij schildert zijn moeder, broer, oom en vele anderen in een omgeving die alleen in zijn herinnering zo verder leeft. Na zijn vertrek uit China is zijn dorp sterk veranderd. Zijn werk is een zoeken naar zijn herkomst. Hij ervaart dat de huidige politieke toestand tot vele nieuwe mogelijkheden heeft geleid maar dit betekent voor hem een mentale brug waarover geen weg terug is.
De piëteitsvolle manier om naar zijn familie te kijken brengt zijn werk - onbewust wat de kunstenaar betreft - in correlatie met de oude Chinese voorouderportretten. Een diepgewortelde traditie van familieverering en het ver verwijderd zijn van zijn verwanten heeft Hui Qin Peng beïnvloed bij het maken van deze werken. Ze lijken op een zeer realistische wijze personages weer te geven die telkens weer ontsnappen aan onze blik en niet vatbaar zijn voor de aandacht van de toeschouwer. De persoonlijke techniek van de kunstenaar het realistische beeld te bedekken door een gaasdoek, verwart en geeft het idee onze blik niet scherp te kunnen stellen. De kunstenaar creëert op die manier voor hem een scheiding, een ruimte tussen het echte en het onechte, tussen droom en realiteit. Een plaats om afscheid te nemen maar ook zichzelf terug te vinden.
3. Juwelen van Chinese Minoriteiten
De juwelen zijn het resultaat van een speurtocht in de Chinese provincies Guizhou en Yunnan. De Miao, de Yao, de Dong en de Akha zijn enkele van de vele ‘Minority’s’ die hun eigenheid hebben weten te behouden tot vandaag.
De tijdens de Culturele Revolutie verboden traditionele kleding en streekgebonden sieraden werden zorgvuldig verborgen. Nu worden ze tijdens festivals, huwelijken en begrafenissen weer met alle pracht en praal in de openbaarheid getoond.
Sieraden spelen een belangrijke rol bij het uitdragen van de identiteit van de Chinese minderheden. In China leven 1,3 miljard mensen waarvan 8% wordt gevormd door minderheidsgroepen verspreid over 64% van het land. Elke groep heeft zijn eigen festivals waar jong en oud, vrouwen en mannen, de mooiste kleding en sieraden dragen.
Zilveren sieraden zijn essentieel bij het aangaan van relaties. Ouders voorzien hun dochters van een complete uitzet van zilveren sieraden voor de bruiloft. Het gewicht van een set sieraden kan tussen de zes en negen kilogram bedragen, de waarde van een jaarsalaris. De drukste periode voor de zilversmid is dan ook de maand november, waarin veel huwelijken gesloten worden. Een andere drukke periode is april wanneer het 'Sister festival' plaatsvindt, waarop jonge mensen elkaar ontmoeten om relaties te beginnen.
De meest voorkomende motieven in de sieraden van de Chinese minderheden zijn dieren en planten, zoals draken, vlinders, feniksen en vissen - elk met zijn eigen betekenis. De sieraden hebben vaak grote, krachtige vormen die de welstand van de familie weergeven.
In de Gouden Driehoek gelooft men dat zilver beschermt tegen ziektes. Elke pasgeboren baby krijgt direct na de geboorte een stukje zilver, een arm - of enkelbandje, om. Volwassenen dragen 'soullockers' aan hun kettingen die de ziel in het lichaam houdt. Sieraden dienen ook als spaarpotje in plaatst van papiergeld. In tijden van voorspoed gaat, koopt men zilveren sieraden of laat ze maken. Gaat het slecht dan koopt de zilversmid de sieraden op en smelt ze weer om. Naast het opkopen van oude zilveren munten bij boeren is het omsmelten van oude sieraden en familie erfstukken de belangrijkste manier om aan zilver te geraken. Sieraden van de minderheden zijn daarom zelden ouder dan 70 à 80 jaar. In de regel draagt men geen tweedehands sieraden, zeker niet van vreemden.
Deel dit met anderen